bezobratri.cz

Reviews

Desátý den trní 2014

Olga Hochweis, 3/2014,

In ihrer tschechischen Heimat gelten die Bezobratri als ein Pendant zur polnischen "Warsaw Village Band". Verwegen, wild und sehr lebendig interpretieren sie alte und neue Volksmusik.

Mit ihrem vorangegangenen Album "Bezobav" von 2010 hat die Band Bezobratri aus Mähren den wichtigsten tschechischen Musikpreis, den "Andel" in der Kategorie Weltmusik gewonnen. Darauf interpretierten sie mit Virtuosität und größter Spielfreude mährische und slowakische Volksmusik.

Das neue Album geht einen Schritt weiter und setzt mit neuen Mitgliedern auch neue Akzente. Die Pfeifen und Flöten - zum Teil selbst gebaut aus Holunderholz und Namensgeber des Kollektivs (Bezobratri = Holunderbrüder) - sind zugunsten anderer Instrumente wie zum Beispiel Streichern, Akkordeon, Maultrommel oder dem Chalumeau in den Hintergrund getreten. Es klingt dunkler und weicher als die verwandte Klarinette.

Neukompositionen mit traditionellen Texten

Und noch eine weitere Neuerung gibt es: Bis auf eine einzige Ausnahme sind alle zwölf Lieder auf dem Album Neukompositionen. Sie stützen sich auf traditionell überlieferte Texte, die im mehrstimmigen oder solistischen Gesang wunderbar präsentiert werden. Die Texte sind diesmal nicht nur tschechischer und slowakischer Herkunft, sondern auch bosnisch und serbisch. Sie wurden harmonisch und melodisch mit deutlichem Balkan-Bezug vertont. Dazu Musik jenseits der Karpaten, aus Polen und der Ukraine.

Bei soviel neuen Elementen ist das Wichtigste geblieben: Die Virtuosität und die spielfreudige Hingabe der Gruppe sind so ausgeprägt wie ehedem – und auch das macht dieses Album so gelungen.

Mattie Poels, 2/2014,

De Tsjechische groep Bezobratři speelt op hun dere cd ‘Desátý Den Trní‘ (The Tenth Day of Thorns) akoestische muziek die gebaseerd is op de folk uit Moravië en Slovakije. De band componeert hun eigen stukken en werd daarbij geïnspireerd door de poëzie van de 20ste eeuwse Tsjechische dichters František Halas en Vladimír Holan.

De groep Bezobratři wordt in 2005 opgericht in Brno (Tsjechië) en neemt in 2010 hun tweede cd ‘Bezobav’ op. Dit album was zo’n groot succes dat de groep zelfs de ‘Anděl Price’ (Tsjechische World Music Award) in ontvangst mocht nemen. Het septet krijgt bekendheid door het gebruik van de (boventoon)fluitjes gemaakt van vlierbessenhout, waar overigens ook hun naam Bezobratři vandaan komt dat ‘Vlierbes Broers‘ betekent. Toch verandert de groep op de derde cd ‘Desátý Den Trní‘ haar aanpak. Enkele musici verlaten de band, de fluitjes worden vervangen door de fujari (extreem lange Tsjechische fluit) en de doedelzak wordt toegevoegd. De cello wordt ingeruild voor de contrabas en zeer belangrijk: met vier zangers krijgen de vocalen veel meer aandacht. Dat is meteen een minpuntje van dit fantastische album. Niet alle zangers zijn even sterk en soms zelfs matig boven het gemiddelde, wat vooral opvalt in solistische stukken. Maar toch blijft ‘Desátý Den Trní‘ van hoge kwaliteit. De composities zijn sterk, gevarieerd en met warme zorg gearrangeerd voor viool, accordeon, snaarinstrumenten, cimbaal en percussie. Ze sluiten perfect aan bij het traditionele (folk) repertoire, waarvan de Moravische meerstemmige liedjes de meest opvallende zijn: bijzonder door de springerige ritmiek. Apart is ook het gebruik van chromatiek (halve tonen) die de muziek een melancholisch dubbele lading geeft. Bezobratři speelt fantastisch eigentijdse folk; bloemrijk gereflecteerd op een rijk muzikaal verleden!

English version

The Czech band Bezobratři plays on their third cd ‘Desátý Den Trní‘ (The Tenth Day of Thorns) acoustic folk music from Moravia and Slovakia. The band composed their own pieces, inspired by the poetry of the Czech poets František Halas and Vladimír Holan.

The group Bezobratři was established in 2005 in Brno (Czech) and recorded in 2010 their second album ‘Bezobav’. This cd had such a huge success that the group got the ‘Anděl Price’ (Czech World Music Award). The septet became well known by the use of (overtone) flutes and shepherd’s pipes which are made of elderberry wood: which also refers to the name of the band Bezobratři, the Elder Brothers. But the group changed the approach on their third cd ‘Desátý Den Trní‘. A few musicians left the band, flutes are replaced by the fujari (very long Czech flute) and the bagpipe is added. The cello is replaced by the double bass and, very important: four singers bring more attention to the vocals. But there is also a small reservation. Not all the vocalists are very well singers, which you can hear in the solo parts. But still ‘Desátý Den Trní‘ is a very strong cd of high quality. The compositions are above averaged music, varied and arranged with a warm feeling for violin, accordion, string instruments, cymbal and percussion. The music fits perfect into the traditional (folk) repertoire. Remarkable are the harmonized Moravian vocal pieces, exciting ’cause of their jumping rhythm. Original as well is the use of chromatic that gives the music a lovely double feeling. Bezobratři is a fantastic contemporary Czech folk band which beautiful reflects their rich musical heritage!

etnosystem.pl, 2/2014,

Pochodzą z Brna, a ich muzyka wywodzi się z okolic Moraw, Słowacji, Chorwacji, Bośni, Ukrainy i bohemiarskich typowo czeskich kawiarni. BezoBratři cztery lata temu zachwycili kapitułę nagród Anděl, teraz wracają z płytą multikulturową i materiałem dojrzałym, zróżnicowanym, otwartym na świat.

Przez cztery lata działalności, BezoBratři (czyli "Bzowi Bracia") zdążyli wydać dwie płyty - "Bezobav" i "Bezceler" - i przejść od morawskiego folkloru i muzyki opartej na piszczałkach pasterskich, do rozbudowanego world music, zahaczającego o brzmienia bałkańskie.

3 lutego, nakładem wytwórni Indies Scope ukaże się trzeci album Braci - "Desátý den trní" ("Dziesiąty dzień cierni"). "Nie odeszliśmy od brzmienia akustycznego, ale większy nacisk położyliśmy na głosy wokalne" - mówi Pavel Císařík - "Wyszliśmy od tekstów ludowych, które są nam najbliższe i zaczęliśmy pisać do nich muzykę taką, która najlepiej odda ich charakter i nastroje".

Morawy trzeba przeżyć - nasz WYWIAD z Michałem Łanuszką

W efekcie, brzmienie BezoBratři rozwinęło się i zbliżone jest teraz do znanych zespołów muzyki bałkańskiej. Chociaż podstawą dalej są flety, piszczałki i inne instrumenty dęte, zrobione z drewna czarnego bzu, to na pierwszy plan wysuwa się energetyczna rytmika i morawsko-bałkańskie melodie.

Więcej o zespole oraz możliwość posłuchania nowej płyty BezoBratři na www.indies.eu.

Jan Willem Broek, 2/2014,

De groep BezoBratři wordt in 2004 opgericht als een aantal Tsjechen en één Slowaak de koppen bij elkaar steken om muziek te gaan maken. Dat doen ze onder meer met eigengemaakte fluiten van de zwarte vlierbes. De gedachte erachter is dat fluiten kopen te duur is en het geen oorspronkelijk geluid geeft. Ze maken hiermee de schaapsherdersfluit (fujara), de boventonenfluiten (koncovka) en de fluit met zes gaten. “Bez” is Tsjechisch voor de zwarte vlierbes en “Bratři” is Tsjechisch voor broerders. Samen vormt het dan de naam van de band. In 2007 debuteren ze met het album BezCeler, hetgeen iets als “zwarte vlierbes selderij” betekent. De muziek draait vooral om het gebruik van de fluiten naast enkele andere instrumenten, wat een authentiek folkloristisch geheel oplevert. Drie jaar later verschijnt hun tweede album BezoBav, ofwel “zwarte vlierbes plezier”. De zeven muzikanten grijpen hier breder om zich heen. Ze hebben zich hier namelijk tot doel gesteld om traditionele muziek meer te vermengen met de hedendaagse. Hierbij putten ze vooral uit de Moravische en Slowaakse bronnen, die ze combineren met moderne folk. Ook het instrumentarium is enorm uitgebreid, want deze bestaat naast de fluiten en zang nu ook uit viool, didgeridoo, doedelzak, darbuka (vaastrommel), djembe, Joodse harp, cimbalom, cello en accordeon. Een ijzersterk punt is de zang die wisselend door mannen en vrouwen wordt uitgevoerd en dikwijls ook meerstemming, die soms zelfs op polyfonische wijze ten gehore gebracht wordt. Ik denk dat de muziek voor de Westerse luisteraar als puur traditioneel overkomt, maar de mengelmoes aan instrumenten en culturen, neem alleen de Afrikaanse percussie-instrumenten of de Australische didgeridoo al, maakt dat het toch echt van deze tijd is. De wonderschone muziek is ook nog eens doorspekt van een onaardse, universele melancholie. Een prachtwerk!

Dan wordt het weer geruime tijd stil rond de band. Nu zijn ze weer helemaal terug met Desátý Den Trní, hetgeen “tiende dag van doornen” betekent, wederom uitgebracht op het klasse label Indies Scope. Dit keer geen verwijzing naar de zwarte vlierbes, ofwel de fluiten. Dit heeft alles te maken met het feit dat de fluiten niet meer zo’n grote rol spelen. De groep blijft wel trouw aan de akoestische en folkloristische benadering. Ze gebruiken de traditionele teksten van volksdichters uit Bosnië, Moravië, Slowakije, Servië, Oekraine en Tsjechië plus enkele van henzelf als basis voor de muziek. Deze worden in hedendaagse arrangementen gestoken, waardoor ze een meer songgericht album hebben gemaakt en waarbij de zang nog meer centraal komt te staan. Van de vorige incarnatie zijn nu alleen Janek Běťák (zang, viool, altviool), Pavel Cisarik (zang, fluiten, chalumeau, doedelzak, klokkenspel, Joodse harp, percussie), Klár(k)a Císaríková (zang, viool) en Petr Šebela (zang, accordeon) over, waarmee Pavel Cisarik nog het enige lid is dat er al vanaf het begin bij is. Ze hebben zich hier versterkt met Tomás Byrtus (zang, percussie), Jaroslav Mareček (contrabas, zang) en gastdrummer Jan Glembek. Onder percussie-instrumenten vind je de darbuka, davul, bodhran en tamboerijn. De afwisselende zang en samenzang komt hier heel mooi uit de verf, maar ook de composities steken nog beter in elkaar. Er zit een gepassioneerd in de liederen, die je niet onberoerd laten en je mee weten te slepen. In het overdonderende “Uz Polje Ruža Procvala” is het zo droef en wonderschoon dat het bijna pijn doet. Maar ook de andere songs zijn ijzersterk en gedreven; er zit echt geen zwakke tussen. Denk aan een fijne potpourri van Warsaw Village Band, Kolinda, Karikás, Hedningarna, Radůza, Amira, Tara Fuki, Christina Pluhar, Owain Phyfe, Mostar Sevdah Reunion en Muzsikás. Het is een wereldplaat van niveau geworden, vol met universele melancholie en schoonheid. Hulde!

Czech reviews